Tijdens de Tang-dynastie had je ten westen van Bianzhou de herberg van Sjangzoa.  De herbergierster was de Derde Dochter.  Niemand wist waar ze vandaan kwam.  Ze woonde zonder man, ze was over de dertig, had zoon noch dochter, en andere verwanten had ze ook niet.  Ze had enkele kamers en verschafte maaltijden, maar toch was ze erg rijk.  Ze had veel ezels en wie ook maar van de reizenden, van ambtswege of voor eigen zaken onderweg, een rij- of trekdier nodig had, werd door haar tegen een lage prijs geholpen.  Iedereen roemde haar menslievendheid en daarom schonken reizigers van heinde en verre haar hun klandizie.  Tijdens de regeringsperiode Yuanhe (806-820) was Zhao Jihe, een koopman uit Xuzhou, op weg naar de Oostelijke Hoofdstad (Luoyang).  Toen hij langs de herberg kwam, nam hij zijn intrek voor de nacht ...

 

Vooruit dan maar!  Zot zijn doet geen zeer, het jeukt alleen maar een beetje !